Met het Kyotoprotocol van 1997 hebben verschillende industrielanden doelstellingen vastgesteld om verdergaande onverantwoorde klimaatverandering tegen te gaan. Nederland heeft dit vertaald naar haar Bouwbesluit, hierin is de Energie Prestatie Norm vastgelegd.
Dit themapagina behandelt de duurzaamheidskenmerken die
momenteel gangbaar zijn in ons land. In allen speelt de EPN
een grote rol, maar de benadering van de
problematiek wordt per kenmerk breder en kritischer aangepakt.
GPR Gebouw, GREENCALC+, BREEAM, LEED betreffen
allemaal keurmerken met certificaten op de schaal van een
project. Cradle to Cradle richt zich op producten. Passiefhuis en
CO2-neutraal bouwen zijn ook concepten die op gebouwniveau worden
toegepast, maar daar is als zodanig geen certificering of
puntensysteem voor ontwikkeld. Wel is daarbij tijdens het
gehele bouwproces monitoring van de doelstellingen mogelijk.
Geen enkele van deze duurzaamheidskenmerken wordt in ons land bij
wet verplicht gesteld, ze berusten allen op vrijwilligheid. Die
vrijwilligheid wordt echter door enkele lokale overheden wel
opgevat en vertaald naar visies over gebiedsontwikkeling en
nieuwbouwprojecten.
Bij nieuwbouw van kantoren en woningen worden binnen het Bouwbesluit eisen gesteld aan de energiezuinigheid. De Energie Prestatie Norm (EPN) is daarbij de richtlijn. Met de EPN wordt de energieprestatie van een gebouw of woning berekend.
De uitkomst van een EPN-berekening is de maat voor de
energie-efficiëntie: de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Per 1
januari 2011 is de eis voor de EPC aangescherpt voor woningen van
0,8 naar 0,6. In 2015 wordt dit verder aangescherpt
naar 0,4 met als doel de energieneutrale woning in 2020. Voor
de Utiliteitsbouw wordt de EPC zodanig aangescherpt dat
in 2017 de nieuwbouw 50% energie-efficiënter is.
Deze methode stamt uit 1995 en is als programma door W/E Adviseurs in samenwerking met de gemeente Tilburg ontwikkeld. GPR Gebouw is een tool waarmee men relatief snel de duurzaamheidprestaties van een gebouw kunt waarderen. Op basis van de gebouwkenmerken en het aangeven van de verschillende maatregelen en opties wordt de score per module berekend.
Beoordelingscriteria
Op de volgende modules wordt de GPR score bepaald:
Per module wordt de waardering op een schaal van 1 tot 10
uitgedrukt. Naast het resultaat van een berekening wordt het
Duurzaamheidslabel en de CO2 monitor getoond.
De Rijksgebouwendienst heeft met DGMR Raadgevende Ingenieurs en Nibe, het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie, Greencalc+ ontwikkeld.
Beoordelingscriteria
GreenCalc+ beoordeelt duurzaamheid op 3 thema's:
Deze thema's worden vertaald in een één getal: de milieu-index.
MIG, Milieu-Index Gebouw
De MIG wordt
berekend door de duurzaamheid van het pand te vergelijken met de
duurzaamheid van een referentiegebouw uit 1990, uitgaande van
standaard gebruik.
| Gebouwen minder duurzaam dan de referentie: MIG < 100 Het standaard referentiegebouw uit 1990: MIG = 100 Gebouwen duurzamer dan de referentie: MIG > 100 |
De MIG is bedoeld om gebouwen binnen de eigen gebruiksfunctie te vergelijken. Wanneer gebouwen met een verschillende gebruiksfunctie vergeleken worden op hun MIG-waarde, dan kan dit een vertekend beeld geven. Zo betekent een MIG van 190 voor kantoren een ander maatregelpakket dan voor bijvoorbeeld woningen of onderwijs.
Gebouwen krijgen een label, dat reikt van A+++ (≥ 750 punten) tot G
(0-104 punten).
MIB, Milieu-Index Bedrijfsvoering
De MIB is
ontwikkeld om ook inzichtelijk te kunnen maken of een gebouw op een
duurzame manier gebruikt wordt. De MIB waarde wordt op een
vergelijkbare manier berekend als de MIG waarde, maar nu wordt er
rekening gehouden met het gedrag van de gebruiker van het gebouw.
Heeft de gebruiker bijvoorbeeld een contract voor groene stroom
afgesloten, dan leidt dit tot een forse verbetering van de MIB
waarde (terwijl de MIG waarde gelijk blijft). Ook het intensiever
gebruiken van een gebouw of het gebruik van zeer energiezuinige
kantoorapparatuur (= inkoopbeleid) leidt tot een verbetering van de
MIB.
De MIB waarde zal gelijk zijn aan de MIG waarde wanneer de
gebruiker van het gebouw zich 'standaard' gedraagt. De MIB waarde
laat dus zien in hoeverre de potenties van het gebouw gebruikt
worden, en mogelijk zelfs nog verbeterd worden door een bewust
gebruik van het gebouw.
De MIB kan alleen bepaald worden als de (toekomstige) gebruiker van
het gebouw bekend is.
MIP, Milieu-Index Portefeuille
Met de MIP kan
de milieuprestatie van een vastgoedportefeuille inzichtelijk
gemaakt worden. Er is dan sprake van een verzameling van gebouwen.
Deze resultaten kunnen samengevoegd worden tot een milieu-index
portefeuille. De MIP waardeert bijvoorbeeld ook de invloed van een
eigen duurzame opwekking die zich buiten het perceel van de
gebouwen bevindt.
Eigen index
Als er geen standaard referentie
1990 voor een gebouwfunctie beschikbaar is, dan kan in GreenCalc+
door de rekenaar ook zelf een referentie 1990 opgegeven worden. Er
is dan echter geen sprake meer van een milieu-index, maar van een
'eigen index'. Deze 'eigen index' is, vanwege een gewijzigde
referentie, niet meer te vergelijken met milieu-indices van andere
gebouwen.
Deze duurzaamheidtest is in Engeland ontwikkeld en is de Building Research Establishment Environmental Assessment Method, oftewel BREEAM. De Dutch Green Building Council heeft de methode geadopteerd en omgezet naar Nederland.
Beoordelingscriteria
Een gebouw wordt beoordeeld op:
De beoordeling vindt plaats in 9 categorieën: Management,
Gezondheid, Energie, Transport, Water, Materialen, Afval,
Landgebruik & Ecologie, Vervuiling.
Kwalificaties
De categorieën zijn ingedeeld in credits. Op elke van deze credits
kan gescoord worden door voor verschillende criteria één of
meerdere punten te behalen. Aan de hand van een weging per
categorie wordt dan een totaalscore berekend. Als u uw gebouw laat
beoordelen en het heeft een positief resultaat dan geeft de
Dutch Green Building
Council u een certificaat. De volgende kwalificaties zijn
mogelijk:
| 1 ster: Pass; 2 sterren: Good; 3 sterren: Very Good; 4 sterren: Excellent; 5 sterren: Outstanding. |
Het certificaat vermeldt met welke versie en jaartal van BREEAM-NL Nieuwbouw het gebouw is beoordeeld. Een BREEAM-NL Nieuwbouw Certificaat is een momentopname, wel met onbeperkte geldigheid.
BREEAM-NL heeft voor zowel utiliteitsbouw als woningbouw een apart
beoordelingssysteem.
De afkorting LEED staat voor Leadership in Energy and Environmental Design, is in Amerika door de US Green Building Council ontwikkeld en is daar de nationale standaard, hoewel volledig gebaseerd op vrijwillige deelname.
Beoordelingscriteria
LEED is een internationaal certificeringsysteem waarin
door middel van controle door derden wordt bepaald of een gebouw is
ontworpen en gebouwd op basis van prestatieverbetering in de
volgende gebieden:
LEED kan worden toegepast op elk type gebouw en
tijdens elke fase van het ontwerp- en bouwproces.
Kwalificaties
Er kunnen in totaal 100 LEED punten worden toegekend. Daarnaast is
het mogelijk om 10 bonus punten te verdienen op het gebied van
innovaties en regionale prioriteiten. Een project moet voldoen aan
alle vereisten en heeft een minimum aantal punten nodig alvorens
gecertificeerd te worden:
| Certificaat: 40+ Silver: 50+ Gold: 60+ Platinum: 80+ |
Architect William McDonough en chemicus Michael Braungart zijn de grondleggers van Cradle to Cradle, vertaald Wieg tot Wieg. Volgens hen hoeft een product geen afval te worden. Het kan met denkwerk een hoogwaardiger recycleproduct worden dan de grondstof, upcyclen, of dienen als schone grondstof voor natuur of nieuwe producten. Een kwestie van het sluitend maken van stofkringlopen en optimaal gebruikmaken van schone energie.
Zo gaat een product niet van wieg naar graf, maar van wieg naar
wieg. Daarmee zijn we niet langer bezig te zijn met minder
vervuilen, maar kunnen werkelijk iets verbeteren, iets toevoegen en
laten groeien. Een treffend praktisch voorbeeld is het door
McDonough en Braungart ontwikkelde Cradle to Cradle-ijsje, waarvan
het verpakkingspapiertje niet alleen biogisch afbreekbaar is, maar
zelfs bijzondere plantenzaden bevat, zodat uit een achteloos
weggegooid papiertje mooie bloemen groeien.
Beoordelingscriteria
William McDonough en Michael Braungart beschrijven in hun boek
'Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things' vijf
stappen op weg naar een eco-effectief productontwerp, een Cradle to
Cradle ontwerp:
Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling waarbij de huidige generatie in haar noden voorziet, zonder de mogelijkheden daartoe voor de volgende generatie te beperken. Het Cradle-to-Cradle (C2C) principe gaat verder en wil voorzien in onze eigen noden, maar ook de toekomstige generaties van meer mogelijkheden voorzien. Het motto daarbij is probeer goed te zijn in plaats van minder slecht.
Het certificeringprogramma is van toepassing op materialen,
deelassemblages en kant-en-klare producten.
Kwalificaties
Cradle to Cradle certificering is een vierlaags
benadering die bestaat uit de volgende niveaus:
| Basic Silver Gold Platinum |
CO2-uitstoot
CO2 ontstaat tijdens een oxidatiereactie van koolwaterstoffen,
zoals de verbranding van fossiele brandstoffen en komt daarna vrij
snel in de atmosfeer terecht. Sinds de industriële revolutie is de
menselijke CO2-uitstoot sterk toegenomen. Hierdoor is de totale
CO2-uitstoot nu een stuk groter dan de natuurlijke
CO2-opslag. Als bomen groeien nemen ze CO2 op uit de lucht.
Als de bomen worden gekapt, komt deze CO2 weer grotendeels in de
lucht terecht. Op dit moment wordt gemiddeld maar liefst 20 procent
van de menselijke CO2-uitstoot veroorzaakt door houtkap en
bosbranden, de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer neemt toe.
Ontbossing heeft ook gevolgen voor het regionale klimaat en een
versterkend effect op enkele gevolgen van klimaatverandering. Zo
beschermen hellingbossen tegen erosie, de boomwortels houden de
bodem bij extreme regenval vast. Bovendien hebben bossen een
belangrijk waterbergend vermogen. Hierdoor wordt bij hevige
regenval een groot deel van het water lange tijd stroomopwaarts
vastgehouden. In tegenstelling hiermee stroomt in ontboste gebieden
het regenwater direct samen in beken en rivieren, waardoor de
afvoer in korte tijd sterk kan toenemen. In combinatie met toename
van extreme neerslag, ook een gevolg van klimaatverandering, leidt
dit tot een sterke vergroting van het risico op overstromingen
en landverschuivingen.
Door toename van het totale energieverbruik op aarde als gevolg van
de economische groei en een toenemende wereldbevolking, blijft de
CO2-uitstoot steeds verder stijgen. Met zekerheid valt vast te
stellen dat het grootste deel van de CO2-toename wordt veroorzaakt
door de grootschalige verbranding van fossiele brandstoffen,
bijvoorbeeld voor aardgas- en steenkoolcentrales (elektriciteit) en
auto's, vliegtuigen (transport). Ook bij de productie van cement en
kunstmest komen aanzienlijke hoeveelheden CO2 in de atmosfeer.
Om klimaatverandering te bestrijden is het noodzakelijk de
CO2-uitstoot te verlagen. Verschillende industrielanden hebben in
het Kyoto-protocol doelstellingen voor emissiereductie vastgelegd.
Het grootste deel van de doelstellingen wordt niet bereikt door
directe verlaging van de CO2-uitstoot, maar door CO2-compensatie
(het investeren in koolstofprojecten in ontwikkelingslanden).
CO2-Neutraal bouwen
Een project is CO2-neutraal als er op jaarbasis geen netto uitstoot
van broeikasgassen nodig is om het gebouw op te richten, te
gebruiken en af te breken. Dit betekent dat de broeikasgasemissie
binnen het project gelijk is aan de hoeveelheid broeikasgassen die
binnen het project wordt vastgelegd, opgeslagen of gecompenseerd op
basis van duurzame energieopwekkingen die aan het project mag
worden toegerekend;.
Definitie
Energieneutraal volgens Agentschap NL
|
Subsidies
De Unieke Kansen Regeling ‘Naar energieneutraal wonen’ (UKR NEW),
van Naar
EnergieNeutraal, subsidieert gemeenten, woningbouwcorporaties
en projectontwikkelaars die energiebesparing (tenminste 45% minder
CO2-uitstoot) in woningen op een vernieuwende manier aanpakken.
Zowel nieuwbouw als renovatieprojecten komen voor deze financiële
regeling in aanmerking.
Het passiefhuisconcept is eind jaren tachtig ontwikkeld door Prof. Bo Adamson aan de Universiteit van Lund in Zweden en in de jaren negentig verder gebracht door het wetenschappelijke Passiv Haus Institut (PHI) in Darmstadt onder leiding van Dr. Wolfgang Feist. De Stichting PassiefHuis Holland (PHH) is een innovatief samenwerkingsverband tussen verschillende bedrijven uit de bouwwereld die stuk voor stuk een fundamentele bijdrage willen leveren aan het terugdringen van de energievraag in de gebouwde omgeving.
Principe
Een passiefhuis onderscheidt zich door de bijzondere combinatie van
een zeer hoogwaardig en aangenaam binnenklimaat en een zeer laag
energieverbruik. Door een goed uitgekiend compact ontwerp,
georiënteerd op de zon, uitgevoerd met zeer goede schilisolatie en
een effectieve kierdichting, kan warmte nauwelijks weg uit het
passiefhuis. Hierdoor is er nog maar heel weinig energie nodig om
de woning in de winter op temperatuur te houden. Dan zorgen
passieve warmtebronnen zoals de zon en interne warmtebronnen zoals
bewoners en huishoudelijke apparaten voor bijna alle benodigde
warmte. Door de kleine hoeveelheid verwarming die dan nog nodig is
op een slimme manier over de lucht van het gebalanceerde
ventilatiesysteem aan te voeren, is een conventioneel
verwarmingssysteem overbodig. In de zomer garanderen passieve
strategieën zoals een goed ontwerp, zware schilisolatie, de
aanwezigheid van thermische massa, zonwering en nachtventilatie een
comfortabel binnenklimaat.
Het Passief Huis Projectenreken Pakket (PHPP) is het instrument bij het ontwerpen van een passiefhuis. Deze uitgebreide berekeningsmethode geeft onder andere zeer nauwkeurig het te verwachten energieverbruik, de invloed van de luchtdichtheid en de kwaliteit van het comfort aan en koppelt de resultaten aan duidelijk meetbare prestatie-eisen die in z’n geheel de kwaliteit van het passiefhuis garanderen.
Beoordelingscriteria
Resultaten
Verticaal bos in Milaan
In de Italiaanse modestad verrijzen 2 'groene' torens, die
door architect Stefano Boeri zijn gedoopt tot een verticaal
bos.
Overeenstemming eco-hotel natuurgebied
Ouddorp
Thijs Zeelenberg kan aan de slag. De gemeente Goedereede en natuur-
en recreatieschap De Grevelingen hebben overeenstemming hebben
bereikt over de bouw van een duurzaam hotel met 120 tot 160 kamers
in Ouddorp.
NBD Themanieuwsbrief Duurzaam
Bouwen
Verschillende leveranciers tonen hier de
nieuwste product- en systeemontwikkelingen op het gebied
van duurzaam bouwen.
Energieonafhankelijk wonen in
Heeswijk-Dinther
De woning voldoet volgens de ontwikkelaar al aan de eisen van 2020
en laat zien dat de haalbaarheid onafhankelijk wonen van
energieleveranciers dichterbij komt. Een warmtepomp zorgt voor
verwarming en koeling, terwijl 40 vierkante meter zonnepanelen
5.000 kilowattuur stroom per jaar leveren.
Hernieuwbare grondstoffen basis voor nieuwe
spouw-isolatieparels
De parels, genaamd BioFoampearls, vormen de basis voor het schuim
en zijn Cradle-to-Cradle gecertificeerd. Ze hebben dezelfde
functionele eigenschappen als het basisproduct voor het ‘gewone’
EPS.
In plaats van fossiele grondstoffen is nu biologisch polymeer
polymelkzuur toegepast dat verkregen is uit plantaardige
grondstoffen en restproducten. Zelfs voor het ‘opblazen’ tot een
parel, het zogenaamde voorschuimen, wordt gerecycled CO2
gebruikt.
De Architect Themanummer
Duurzaamheid
Architecten hebben steeds meer te maken met allerlei omstandigheden
die de aard van het werk veranderen. Nieuwbouwprojecten vormen nog
maar een fractie van de activiteiten waar de bouwwereld, en dus ook
architecten, mee te maken hebben. Ook de vraag naar duurzaamheid
neemt sterk toe. Prijsvragen zonder hoge duurzaamheidsambities
lijken een uitzondering te worden en dat geldt ook voor
internationale opdrachten en aanbestedingen. Daarnaast begint het
duurzame inkoopbeleid van de rijksoverheid eveneens zijn invloed te
doen gelden. Begrippen als passief bouwen, BREEAM en
energieneutraal worden steeds gangbaarder.
Verlichtingsconcept Pay per lux
‘Pay per lux’ is als proef opgestart, waarbij de gebruiker alleen
voor de werkelijk verbruikte hoeveelheid licht betaalt en geen
eigenaar van de verlichtingsinstallatie zelf is. Het kantoor van
architectenbureau RAU in Amsterdam wordt op basis van dit nieuwe
dienstverleningsconcept verlicht.
Cobouw Special
Duurzaamheid & Energie
"Meer en meer klinkt het geluid dat de verschillende nationale en
internationale systemen op elkaar worden afgestemd. Door culturele
verschillen in de bouwsectoren en huidige wet- en regelgeving in
Europa, laat dat naar verwachting nog wel even op zich
wachten''.
B
BREEAM: Building Research Establishment Environmental
Assessment Method, geadopteerd door de Dutch Green
Building Council.
C
C2C: Cradle to
Cradle, wieg tot wieg, van Michael Braungart en William
McDonough. Benadering van duurzaamheid waarbij afval de grondstof
is voor nieuwe producten.
CO2: kooldioxide, ontstaat tijdens een
oxidatiereactie van koolwaterstoffen, zoals de verbranding van
fossiele brandstoffen.
D
DGBC: Dutch Green Building
Council
E
EPC: Energie Prestatie coëfficiënt.
EPN: Energie Prestatie Norm, richtlijn in
Bouwbesluit die energiezuinig bouwen verplicht.
F
FSC: Forest
Stewardship Council, geeft certificaten aan hout dat uit
duurzame bosbouw afkomstig is.
L
LEED: Leadership in Energy and Environmental Design, is in
Amerika door de US Green Building Council ontwikkeld.
M
MIB: Milieu-Index Bedrijfsvoering, uit Greencalc+,
maakt inzichtelijk of een gebouw op een duurzame manier gebruikt
wordt.
MIG: Milieu-Index Gebouw, uit
Greencalc+, berekend de duurzaamheid door van het pand de
duurzaamheid te vergelijken met een referentiegebouw uit 1990,
uitgaande van standaard gebruik.
MIP: Milieu-Index Portefeuille, uit
Greencalc+, maakt de milieuprestatie van een
vastgoedportefeuille inzichtelijk, er is dan sprake van een
verzameling van gebouwen.
P
Passiefhuis: combinatie van een zeer hoogwaardig en
aangenaam binnenklimaat en een zeer laag energieverbruik.
PEFC: Programme
for the Endorsement of Forest Certification, geeft certificaten
aan hout dat uit duurzame bosbouw afkomstig is.
PHH: Stichting Passief
Huis Holland
PHPP: Passief Huis Projectenreken Pakket.
U
UKR NEW: Unieke Kansen Regeling ‘Naar energieneutraal
wonen’, van Naar
EnergieNeutraal, subsidieert gemeenten, woningbouwcorporaties
en projectontwikkelaars die energiebesparing in woningen op een
vernieuwende manier aanpakken.
Voor duurzaam verwarmen, ventileren en
warmwatervoorziening
...
IsoFort® spouwisolatie bestaat voor een groot gedeelte uit ger...
Lees verderHet R-2010 kunststof geïsoleerd stelkozijn heeft Recystel in het pro...
Lees verderRockpanel Natural is de meest pure uitvoering in het assortiment. Onder in...
Lees verderDe LamikonLongLife++ gevelelementen zijn kant-en-klaar geproduc...
Lees verderFAKRO heeft dakramen die speciaal ontwikkeld zijn om aan de alsmaar stijge...
Lees verderExclusieve bannering op deze themapagina, uw product op de eerste plaats en een exclusieve bedrijfsvermelding. Int...
Lees verder