NBD Home › Thema's ›

DUURZAAM BOUWEN

WELKOM BIJ DUURZAAM BOUWEN 

Met het Kyotoprotocol van 1997 hebben verschillende industrielanden doelstellingen vastgesteld om verdergaande onverantwoorde klimaatverandering tegen te gaan. Nederland heeft dit vertaald naar haar Bouwbesluit, hierin is de Energie Prestatie Norm vastgelegd.  

 
Dit themapagina behandelt de duurzaamheidskenmerken die momenteel gangbaar zijn in ons land. In allen speelt de EPN een grote rol, maar de benadering van de problematiek wordt per kenmerk breder en kritischer aangepakt. GPR Gebouw, GREENCALC+, BREEAM, LEED betreffen allemaal keurmerken met certificaten op de schaal van een project. Cradle to Cradle richt zich op producten. Passiefhuis en CO2-neutraal bouwen zijn ook concepten die op gebouwniveau worden toegepast, maar daar is als zodanig geen certificering of puntensysteem voor ontwikkeld. Wel is daarbij tijdens het gehele bouwproces monitoring van de doelstellingen mogelijk.

 
Geen enkele van deze duurzaamheidskenmerken wordt in ons land bij wet verplicht gesteld, ze berusten allen op vrijwilligheid. Die vrijwilligheid wordt echter door enkele lokale overheden wel opgevat en vertaald naar visies over gebiedsontwikkeling en nieuwbouwprojecten.

BOUWBESLUIT: EPN & EPC 

Bij nieuwbouw van kantoren en woningen worden binnen het Bouwbesluit eisen gesteld aan de energiezuinigheid. De Energie Prestatie Norm (EPN) is daarbij de richtlijn. Met de EPN wordt de energieprestatie van een gebouw of woning berekend.

 
De uitkomst van een EPN-berekening is de maat voor de energie-efficiëntie: de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Per 1 januari 2011 is de eis voor de EPC aangescherpt voor woningen van 0,8 naar 0,6. In 2015 wordt dit verder aangescherpt naar 0,4 met als doel de energieneutrale woning in 2020. Voor de Utiliteitsbouw wordt de EPC zodanig aangescherpt dat in 2017 de nieuwbouw 50% energie-efficiënter is.

GPR GEBOUW 

Deze methode stamt uit 1995 en is als programma door W/E Adviseurs in samenwerking met de gemeente Tilburg ontwikkeld. GPR Gebouw is een tool waarmee men relatief snel de duurzaamheidprestaties van een gebouw kunt waarderen. Op basis van de gebouwkenmerken en het aangeven van de verschillende maatregelen en opties wordt de score per module berekend.

 
Beoordelingscriteria
Op de volgende modules wordt de GPR score bepaald:

  • Energie;
  • Milieu:
    • Water;
    • Milieuzorg;
    • Materialen.
  • Gezondheid:
    • Geluid;
    • Luchtkwaliteit;
    • Thermisch comfort;
    • Licht en visueel comfort.
  • Gebruikskwaliteit:
    • Toegankelijkheid;
    • Functionaliteit;
    • Technische kwaliteit;
    • Sociale veiligheid.
  • Toekomstwaarde:
    • Toekomstgerichte voorzieningen;
    • Flexibiliteit;
    • Belevingswaarde.

 
Per module wordt de waardering op een schaal van 1 tot 10 uitgedrukt. Naast het resultaat van een berekening wordt het Duurzaamheidslabel en de CO2 monitor getoond.

GREENCALC+ 

De Rijksgebouwendienst heeft met DGMR Raadgevende Ingenieurs en Nibe, het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie, Greencalc+ ontwikkeld.

 
Beoordelingscriteria
GreenCalc+ beoordeelt duurzaamheid op 3 thema's:

  • Materiaalgebruik;
  • Watergebruik;
  • Energiegebruik.

 
Deze thema's worden vertaald in een één getal: de milieu-index.

 
MIG, Milieu-Index Gebouw
De MIG wordt berekend door de duurzaamheid van het pand te vergelijken met de duurzaamheid van een referentiegebouw uit 1990, uitgaande van standaard gebruik.

Gebouwen minder duurzaam dan de referentie: MIG < 100
Het standaard referentiegebouw uit 1990: MIG =  100
Gebouwen duurzamer dan de referentie: MIG > 100

 

De MIG is bedoeld om gebouwen binnen de eigen gebruiksfunctie te vergelijken. Wanneer gebouwen met een verschillende gebruiksfunctie vergeleken worden op hun MIG-waarde, dan kan dit een vertekend beeld geven. Zo betekent een MIG van 190 voor kantoren een ander maatregelpakket dan voor bijvoorbeeld woningen of onderwijs.

 
Gebouwen krijgen een label, dat reikt van A+++ (≥ 750 punten) tot G (0-104 punten).

 
 
MIB, Milieu-Index Bedrijfsvoering
De MIB is ontwikkeld om ook inzichtelijk te kunnen maken of een gebouw op een duurzame manier gebruikt wordt. De MIB waarde wordt op een vergelijkbare manier berekend als de MIG waarde, maar nu wordt er rekening gehouden met het gedrag van de gebruiker van het gebouw. Heeft de gebruiker bijvoorbeeld een contract voor groene stroom afgesloten, dan leidt dit tot een forse verbetering van de MIB waarde (terwijl de MIG waarde gelijk blijft). Ook het intensiever gebruiken van een gebouw of het gebruik van zeer energiezuinige kantoorapparatuur (= inkoopbeleid) leidt tot een verbetering van de MIB.

 
De MIB waarde zal gelijk zijn aan de MIG waarde wanneer de gebruiker van het gebouw zich 'standaard' gedraagt. De MIB waarde laat dus zien in hoeverre de potenties van het gebouw gebruikt worden, en mogelijk zelfs nog verbeterd worden door een bewust gebruik van het gebouw.

 
De MIB kan alleen bepaald worden als de (toekomstige) gebruiker van het gebouw bekend is.

 
MIP, Milieu-Index Portefeuille
Met de MIP kan de milieuprestatie van een vastgoedportefeuille inzichtelijk gemaakt worden. Er is dan sprake van een verzameling van gebouwen. Deze resultaten kunnen samengevoegd worden tot een milieu-index portefeuille. De MIP waardeert bijvoorbeeld ook de invloed van een eigen duurzame opwekking die zich buiten het perceel van de gebouwen bevindt.

 
Eigen index
Als er geen standaard referentie 1990 voor een gebouwfunctie beschikbaar is, dan kan in GreenCalc+ door de rekenaar ook zelf een referentie 1990 opgegeven worden. Er is dan echter geen sprake meer van een milieu-index, maar van een 'eigen index'. Deze 'eigen index' is, vanwege een gewijzigde referentie, niet meer te vergelijken met milieu-indices van andere gebouwen.

BREEAM - DGBC 

Deze duurzaamheidtest is in Engeland ontwikkeld en is de Building Research Establishment Environmental Assessment Method, oftewel BREEAM. De Dutch Green Building Council heeft de methode geadopteerd en omgezet naar Nederland.

 
Beoordelingscriteria
Een gebouw wordt beoordeeld op:

  • Bouwkundige elementen (tussenvloeren, gevels, dak, ramen);
  • Installaties (verlichting, verwarming, koeling, ventilatie);
  • Afwerking (van onder andere vloeren en binnenwanden);
  • Het bij het gebouw horende terrein (de bouwkavel).

 
De beoordeling vindt plaats in 9 categorieën: Management, Gezondheid, Energie, Transport, Water, Materialen, Afval, Landgebruik & Ecologie, Vervuiling.

 
Kwalificaties
De categorieën zijn ingedeeld in credits. Op elke van deze credits kan gescoord worden door voor verschillende criteria één of meerdere punten te behalen. Aan de hand van een weging per categorie wordt dan een totaalscore berekend. Als u uw gebouw laat beoordelen en het heeft een positief resultaat dan geeft de Dutch Green Building Council u een certificaat. De volgende kwalificaties zijn mogelijk:

1 ster: Pass;  
2 sterren: Good;
3 sterren: Very Good;
4 sterren: Excellent;
5 sterren: Outstanding.

 

Het certificaat vermeldt met welke versie en jaartal van BREEAM-NL Nieuwbouw het gebouw is beoordeeld. Een BREEAM-NL Nieuwbouw Certificaat is een momentopname, wel met onbeperkte geldigheid.

 
BREEAM-NL heeft voor zowel utiliteitsbouw als woningbouw een apart beoordelingssysteem.

LEED 

De afkorting LEED staat voor Leadership in Energy and Environmental Design, is in Amerika door de US Green Building Council ontwikkeld en is daar de nationale standaard, hoewel volledig gebaseerd op vrijwillige deelname.

 
Beoordelingscriteria
LEED is een internationaal certificeringsysteem waarin door middel van controle door derden wordt bepaald of een gebouw is ontworpen en gebouwd op basis van prestatieverbetering in de volgende gebieden:

  • Duurzame locaties;
  • Efficiënt gebruik van water;
  • Energiebronnen en energiebewaking;
  • Toegepaste materialen, hun bronnen en afval;
  • Kwaliteit van het binnenmilieu;
  • Locatie en infrastructuur;
  • Voorlichting en onderwijs;
  • Innovaties (bonuspunten);
  • Regionale prioriteiten (bonuspunten).

 
LEED kan worden toegepast op elk type gebouw en tijdens elke fase van het ontwerp- en bouwproces. 

 
 
Kwalificaties
Er kunnen in totaal 100 LEED punten worden toegekend. Daarnaast is het mogelijk om 10 bonus punten te verdienen op het gebied van innovaties en regionale prioriteiten. Een project moet voldoen aan alle vereisten en heeft een minimum aantal punten nodig alvorens gecertificeerd te worden:

Certificaat:  40+  
Silver: 50+
Gold: 60+
Platinum: 80+

 

CRADLE TO CRADLE - C2C 

Architect William McDonough en chemicus Michael Braungart zijn de grondleggers van Cradle to Cradle, vertaald Wieg tot Wieg. Volgens hen hoeft een product geen afval te worden. Het kan met denkwerk een hoogwaardiger recycleproduct worden dan de grondstof, upcyclen, of dienen als schone grondstof voor natuur of nieuwe producten. Een kwestie van het sluitend maken van stofkringlopen en optimaal gebruikmaken van schone energie.

 
Zo gaat een product niet van wieg naar graf, maar van wieg naar wieg. Daarmee zijn we niet langer bezig te zijn met minder vervuilen, maar kunnen werkelijk iets verbeteren, iets toevoegen en laten groeien. Een treffend praktisch voorbeeld is het door McDonough en Braungart ontwikkelde Cradle to Cradle-ijsje, waarvan het verpakkingspapiertje niet alleen biogisch afbreekbaar is, maar zelfs bijzondere plantenzaden bevat, zodat uit een achteloos weggegooid papiertje mooie bloemen groeien.

 
Beoordelingscriteria
William McDonough en Michael Braungart beschrijven in hun boek 'Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things' vijf stappen op weg naar een eco-effectief productontwerp, een Cradle to Cradle ontwerp:

  1. Gebruik geen stoffen waarvan vaststaat dat ze schadelijk zijn. Kijk hiervoor bijvoorbeeld op de X-lijst;
  2. Probeer, in die gevallen waarin 100 procent zekerheid over de onschadelijkheid van een product of stof niet haalbaar is, in ieder geval zo zeker mogelijk te zijn. Kies dus voor materialen met keurmerk, bijvoorbeeld hout met het FSC-keurmerk of PEFC-keurmerk;
  3. Stel een 'positieve lijst' op, met stoffen waarvan bewezen is dat ze onschadelijk en veilig in het gebruik zijn;
  4. Gebruik alleen nog producten of stoffen van de positieve lijst;
  5. Vind zo nodig het product opnieuw uit.

 

Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling waarbij de huidige generatie in haar noden voorziet, zonder de mogelijkheden daartoe voor de volgende generatie te beperken. Het Cradle-to-Cradle (C2C) principe gaat verder en wil voorzien in onze eigen noden, maar ook de toekomstige generaties van meer mogelijkheden voorzien. Het motto daarbij is probeer goed te zijn in plaats van minder slecht.

 
Het certificeringprogramma is van toepassing op materialen, deelassemblages en kant-en-klare producten.

 
Kwalificaties
Cradle to Cradle certificering is een vierlaags benadering die bestaat uit de volgende niveaus:

Basic
Silver
Gold
Platinum
CO2-NEUTRAAL BOUWEN 

CO2-uitstoot
CO2 ontstaat tijdens een oxidatiereactie van koolwaterstoffen, zoals de verbranding van fossiele brandstoffen en komt daarna vrij snel in de atmosfeer terecht. Sinds de industriële revolutie is de menselijke CO2-uitstoot sterk toegenomen. Hierdoor is de totale CO2-uitstoot nu een stuk groter dan de natuurlijke CO2-opslag.  Als bomen groeien nemen ze CO2 op uit de lucht. Als de bomen worden gekapt, komt deze CO2 weer grotendeels in de lucht terecht. Op dit moment wordt gemiddeld maar liefst 20 procent van de menselijke CO2-uitstoot veroorzaakt door houtkap en bosbranden, de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer neemt toe.

 
Ontbossing heeft ook gevolgen voor het regionale klimaat en een versterkend effect op enkele gevolgen van klimaatverandering. Zo beschermen hellingbossen tegen erosie, de boomwortels houden de bodem bij extreme regenval vast. Bovendien hebben bossen een belangrijk waterbergend vermogen. Hierdoor wordt bij hevige regenval een groot deel van het water lange tijd stroomopwaarts vastgehouden. In tegenstelling hiermee stroomt in ontboste gebieden het regenwater direct samen in beken en rivieren, waardoor de afvoer in korte tijd sterk kan toenemen. In combinatie met toename van extreme neerslag, ook een gevolg van klimaatverandering, leidt dit tot een sterke vergroting van het risico op overstromingen en  landverschuivingen.

 
Door toename van het totale energieverbruik op aarde als gevolg van de economische groei en een toenemende wereldbevolking, blijft de CO2-uitstoot steeds verder stijgen. Met zekerheid valt vast te stellen dat het grootste deel van de CO2-toename wordt veroorzaakt door de grootschalige verbranding van fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld voor aardgas- en steenkoolcentrales (elektriciteit) en auto's, vliegtuigen (transport). Ook bij de productie van cement en kunstmest komen aanzienlijke hoeveelheden CO2 in de atmosfeer.

 
Om klimaatverandering te bestrijden is het noodzakelijk de CO2-uitstoot te verlagen. Verschillende industrielanden hebben in het Kyoto-protocol doelstellingen voor emissiereductie vastgelegd. Het grootste deel van de doelstellingen wordt niet bereikt door directe verlaging van de CO2-uitstoot, maar door CO2-compensatie (het investeren in koolstofprojecten in ontwikkelingslanden).

 
CO2-Neutraal bouwen
Een project is CO2-neutraal als er op jaarbasis geen netto uitstoot van broeikasgassen nodig is om het gebouw op te richten, te gebruiken en af te breken. Dit betekent dat de broeikasgasemissie binnen het project gelijk is aan de hoeveelheid broeikasgassen die binnen het project wordt vastgelegd, opgeslagen of gecompenseerd op basis van duurzame energieopwekkingen die aan het project mag worden toegerekend;.

 
Definitie Energieneutraal volgens Agentschap NL

  • Energieverbruik = nul;
  • Gebruik duurzame energie;
  • Geef aan wat de grenzen zijn waarbinnen het gebouw energieneutraal is;
  • De energievraag van gebouw en gebruikers, uitgedrukt in energie-eenheden (bijv. megajoules of kWh);
  • Gebruik voor woningen/gebouwen de term energieneutraal gebouw; de term CO2-neutraal is beter geschikt voor organisaties.

 
 
Subsidies
De Unieke Kansen Regeling ‘Naar energieneutraal wonen’ (UKR NEW), van Naar EnergieNeutraal, subsidieert gemeenten, woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars die energiebesparing (tenminste 45% minder CO2-uitstoot) in woningen op een vernieuwende manier aanpakken. Zowel nieuwbouw als renovatieprojecten komen voor deze financiële regeling in aanmerking.

PASSIEFHUIS 

Het passiefhuisconcept is eind jaren tachtig ontwikkeld door Prof. Bo Adamson aan de Universiteit van Lund in Zweden en in de jaren negentig verder gebracht door het wetenschappelijke Passiv Haus Institut (PHI) in Darmstadt onder leiding van Dr. Wolfgang Feist. De Stichting PassiefHuis Holland (PHH) is een innovatief samenwerkingsverband tussen verschillende bedrijven uit de bouwwereld die stuk voor stuk een fundamentele bijdrage willen leveren aan het terugdringen van de energievraag in de gebouwde omgeving.

 
Principe
Een passiefhuis onderscheidt zich door de bijzondere combinatie van een zeer hoogwaardig en aangenaam binnenklimaat en een zeer laag energieverbruik. Door een goed uitgekiend compact ontwerp, georiënteerd op de zon, uitgevoerd met zeer goede schilisolatie en een effectieve kierdichting, kan warmte nauwelijks weg uit het passiefhuis. Hierdoor is er nog maar heel weinig energie nodig om de woning in de winter op temperatuur te houden. Dan zorgen passieve warmtebronnen zoals de zon en interne warmtebronnen zoals bewoners en huishoudelijke apparaten voor bijna alle benodigde warmte. Door de kleine hoeveelheid verwarming die dan nog nodig is op een slimme manier over de lucht van het gebalanceerde ventilatiesysteem aan te voeren, is een conventioneel verwarmingssysteem overbodig. In de zomer garanderen passieve strategieën zoals een goed ontwerp, zware schilisolatie, de aanwezigheid van thermische massa, zonwering en nachtventilatie een comfortabel binnenklimaat.

Het Passief Huis Projectenreken Pakket (PHPP) is het instrument bij het ontwerpen van een passiefhuis. Deze uitgebreide berekeningsmethode geeft onder andere zeer nauwkeurig het te verwachten energieverbruik, de invloed van de luchtdichtheid en de kwaliteit van het  comfort aan en koppelt de resultaten aan duidelijk meetbare prestatie-eisen die in z’n geheel de kwaliteit van het passiefhuis garanderen.

 
Beoordelingscriteria  

  • De afwezigheid van koudestraling als gevolg van een uitstekende isolatie van de schil in combinatie met een voortreffelijke kierdichting en koudebrugvrije detaillering;
  • Gebruik van zonlicht als belangrijkste verwarmings- en verlichtingsbron;
  • Een voortdurende toevoer van verse en schone ventilatielucht zorgt voor een gezonder en aangenaam binnenklimaat.

 
Resultaten  

  • Een passiefhuis heeft per jaar een energiebehoefte voor ruimteverwarming van 15 kWh/m², dit komt ongeveer overeen met een gasverbruik van 1.5 m³ gas/m² vloeroppervlak;
  • Een passiefhuis verbruikt 10 keer minder energie voor verwarming dan een gemiddelde bestaande woning en 4 à 5 keer minder dan de huidige nieuwbouwwoning uitgevoerd conform het Nederlandse Bouwbesluit;
  • Passiefhuisbewoners betalen gemiddeld 1€ /m² per jaar voor ruimteverwarming en hoeven zich dus minder zorgen te maken over stijgende energiekosten;
  • Door de verregaande energiebesparing is de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen zo beperkt mogelijk. Niet alleen het energieverbruik voor verwarming (15 kWh/m²a), maar ook het totale primaire energiegebruik per huishouden blijft begrensd tot max 120 kWh/m² per jaar. Dit betekent minimaal 54% minder CO2-uitstoot t.o.v. de huidige standaard nieuwbouwwoning. De geringe resterende energiebehoefte wordt zo duurzaam mogelijk geproduceerd, waardoor een nog lagere in CO2-uitstoot mogelijk is.
DUURZAAM BOUWEN IN HET NIEUWS 

Verticaal bos in Milaan
In de Italiaanse modestad verrijzen 2 'groene' torens, die door architect Stefano Boeri zijn gedoopt tot een verticaal bos.

 
Overeenstemming eco-hotel natuurgebied Ouddorp
Thijs Zeelenberg kan aan de slag. De gemeente Goedereede en natuur- en recreatieschap De Grevelingen hebben overeenstemming hebben bereikt over de bouw van een duurzaam hotel met 120 tot 160 kamers in Ouddorp.

 
NBD Themanieuwsbrief Duurzaam Bouwen
Verschillende leveranciers tonen hier de nieuwste product- en systeemontwikkelingen op het gebied van duurzaam bouwen. 
 

Energieonafhankelijk wonen in Heeswijk-Dinther
De woning voldoet volgens de ontwikkelaar al aan de eisen van 2020 en laat zien dat de haalbaarheid onafhankelijk wonen van energieleveranciers dichterbij komt. Een warmtepomp zorgt voor verwarming en koeling, terwijl 40 vierkante meter zonnepanelen 5.000 kilowattuur stroom per jaar leveren.

 
Hernieuwbare grondstoffen basis voor nieuwe spouw-isolatieparels
De parels, genaamd BioFoampearls, vormen de basis voor het schuim en zijn Cradle-to-Cradle gecertificeerd. Ze hebben dezelfde functionele eigenschappen als het basisproduct voor het ‘gewone’ EPS.

 
In plaats van fossiele grondstoffen is nu biologisch polymeer polymelkzuur toegepast dat verkregen is uit plantaardige grondstoffen en restproducten. Zelfs voor het ‘opblazen’ tot een parel, het zogenaamde voorschuimen, wordt gerecycled CO2 gebruikt.
 

De Architect Themanummer Duurzaamheid
Architecten hebben steeds meer te maken met allerlei omstandigheden die de aard van het werk veranderen. Nieuwbouwprojecten vormen nog maar een fractie van de activiteiten waar de bouwwereld, en dus ook architecten, mee te maken hebben. Ook de vraag naar duurzaamheid neemt sterk toe. Prijsvragen zonder hoge duurzaamheidsambities lijken een uitzondering te worden en dat geldt ook voor internationale opdrachten en aanbestedingen. Daarnaast begint het duurzame inkoopbeleid van de rijksoverheid eveneens zijn invloed te doen gelden. Begrippen als passief bouwen, BREEAM en energieneutraal worden steeds gangbaarder.

 
Verlichtingsconcept Pay per lux
‘Pay per lux’ is als proef opgestart, waarbij de gebruiker alleen voor de werkelijk verbruikte hoeveelheid licht betaalt en geen eigenaar van de verlichtingsinstallatie zelf is. Het kantoor van architectenbureau RAU in Amsterdam wordt op basis van dit nieuwe dienstverleningsconcept verlicht.

 
Cobouw Special Duurzaamheid & Energie
"Meer en meer klinkt het geluid dat de verschillende nationale en internationale systemen op elkaar worden afgestemd. Door culturele verschillen in de bouwsectoren en huidige wet- en regelgeving in Europa, laat dat naar verwachting nog wel even op zich wachten''.

A-B-C in DUURZAAMHEID 

B 
BREEAM:
Building Research Establishment Environmental Assessment Method, geadopteerd door de Dutch Green Building Council.

 
C 
C2C:
Cradle to Cradle, wieg tot wieg, van Michael Braungart en William McDonough. Benadering van duurzaamheid waarbij afval de grondstof is voor nieuwe producten.

 
CO2: kooldioxide,  ontstaat tijdens een oxidatiereactie van koolwaterstoffen, zoals de verbranding van fossiele brandstoffen.

 
D 
DGBC:
Dutch Green Building Council

 
E 
EPC:
Energie Prestatie coëfficiënt.

 
EPN: Energie Prestatie Norm, richtlijn in Bouwbesluit die energiezuinig bouwen verplicht. 

 
F 
FSC:
Forest Stewardship Council, geeft certificaten aan hout dat uit duurzame bosbouw afkomstig is.

 
L 
LEED: 
Leadership in Energy and Environmental Design, is in Amerika door de US Green Building Council ontwikkeld.

 
M 
MIB: 
Milieu-Index Bedrijfsvoering, uit Greencalc+, maakt inzichtelijk of een gebouw op een duurzame manier gebruikt wordt. 

 
MIG: Milieu-Index Gebouw, uit Greencalc+, berekend de duurzaamheid door van het pand de duurzaamheid te vergelijken met een referentiegebouw uit 1990, uitgaande van standaard gebruik. 

 
MIP: Milieu-Index Portefeuille, uit Greencalc+, maakt de milieuprestatie van een vastgoedportefeuille inzichtelijk, er is dan sprake van een verzameling van gebouwen.  

 
P 
Passiefhuis:
combinatie van een zeer hoogwaardig en aangenaam binnenklimaat en een zeer laag energieverbruik. 

 
PEFC: Programme for the Endorsement of Forest Certification, geeft certificaten aan hout dat uit duurzame bosbouw afkomstig is.

 
PHH: Stichting Passief Huis Holland

 
PHPP: Passief Huis Projectenreken Pakket.

 
U 
UKR NEW:
Unieke Kansen Regeling ‘Naar energieneutraal wonen’, van Naar EnergieNeutraal, subsidieert gemeenten, woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars die energiebesparing in woningen op een vernieuwende manier aanpakken.

Producten

IsoBouw IsoFort, extreem voordelige spouwisolatie met dubbele milieuwinst

IsoFort® spouwisolatie bestaat voor een groot gedeelte uit ger...

Lees verder

Recystel-stelkozijn Systeem R-2010, kunststof geïsoleerd stelkozijn voor passiefhuisconstructies

Het R-2010 kunststof geïsoleerd stelkozijn heeft Recystel in het pro...

Lees verder

Rockpanel Natural – duurzaam plaatmateriaal met natuurlijke verwering

Rockpanel Natural is de meest pure uitvoering in het assortiment. Onder in...

Lees verder

LamikonLongLife++; zuinig met energie en toepasbaar in het passief huis

De LamikonLongLife++ gevelelementen zijn kant-en-klaar geproduc...

Lees verder

FAKRO Dakramen voor Passiefhuis

FAKRO heeft dakramen die speciaal ontwikkeld zijn om aan de alsmaar stijge...

Lees verder

Leveranciers

Uw bedrijf koppelen aan deze themapagina?

Exclusieve bannering op deze themapagina, uw product op de eerste plaats en een exclusieve bedrijfsvermelding. Int...

Lees verder

Projecten